Maritieme geschiedenis en stamboom DE GROOT

 

 

Een Nederlandse kolonie in Archangel

Twee generaties lang, omstreeks 1650-1750, waren voorvaders van Peter en Ronald kooplieden in Archangel.

Tot deze conclusie zijn we gekomen naar aanleiding van de volgende feiten:


Het boek van Mr Jacobus Scheltema over de betrekkingen tussen Rusland en de Nederlanden waarin Wouter de Jong uit Archangel wordt genoemd:

Rusland en de Nederlanden

Beschouwd in derzelver wederkeerige betrekkingen

Volume 3

door Mr Jacobus Scheltema
geboren: 14 maart 1767 te Franeker
overleden: 25 oktober 1835 te Utrecht

Universiteitsbibliotheek
en
gedigitaliseerd door Google


 

Het leven en werken van Mr Jacobus Scheltema zijn beschreven in:

 

rekest aan Czaar Peter de Grote


Transcriptie

(Blz. 84)

In 1713 kwam reeds bet bevel, dat alles, wat ooit uit de, in de nabijheid van Petersburg, gelegen steden en gewesten, ter verkoop zoude worden aangeboden, niet meer naar Archangel, maar naar de nieuwe stad moest worden gezonden. ZeIfs moesten uit de verder afgelegen gouvernementen twee der toenmalige hoofdsartikels van den Russische handel, de hennep en de juchten uitsluitender wijze naar Petersburg worden gevoerd, doch hierin was, zoo als wij reeds gezegd hebben, op aandrang der Staten-Generaal verandering gemaakt. WOUTER DE JONG en twee andere Hollanders, hadden bij en te Wologda uitgestrekte inrigtingen tot het bereiden van hennep, waar in wel vijf- en twintig duizend menschen werk vonden, zij toonden later aan, dat de kosten der bewerking aldaar en van den vervoer naar Archangel ongelijk minder waren dan het te Petersburg zoude zij; dat de hennep door de vochtigheid aan de Neva zoude bederven; dat de vaart op den Finschen zeeboezem gevaarlijk en onveilig, en de assurantie van Petersburg hooger was, enz. (*) dan Peter nam (blz.85) geene tegenbedenkingen aan, en hij beantwoordde dezelve met dadelijk na zijne terugkomst in den jare 1717 te bepalen, dat van alle Russische producten slechts een derde deel naar Archangel mogte, maar dat twee derden naar Petersburg moesten worden gebragt.
De voornaamste Russische kooplieden hadden reeds vroeger bevel ontvangen, om zich in de nieuwe hoofdstad neertezetten, en aldaar hunnen handel te drijven; zij zagen het leed der verhuizing eenigszins verzacht doordat er gemakkelijke woningen en ruime pakhuizen aan hen werden bezorgd. De binnenlands wonenden vonden weldra hunne rekening bij het verleggen van den weg des handels: zij konden twee reizen in het jaar naar Petersburg doen, terwijl de afgelegenheid van Archangel hun maar eene veroorloofde. De nabijheid van meerdere kooplieden en handelsplaatsen aan de Oostzee vermeerderde ook den kans van aftrek en voordeel (*).

En op pagina 302 tot en met 306:Vele andere bezwaren, de moeite met de (blz 302 ) hofstad, de monopoliën, enz. enz. roerde men insgelijks aan en geen punt werd vergeten, dan wij kunnen onmogelijk alles vermelden.
Deze memorie werd aan DE BIE gezonden om dezelve over te leveren; de laatste verrigtte zulks op de beste wijze. Hij vergezelde de memorie met eenen zeer beleefden brief, waarbij aan de redenen, aangaande het belang van Rusland zelf tegen dezen maatregel, zoo als zij in de memorie was vermeld, eene nieuwe kracht werd bijgezet door hetgene er inmiddels was voorgevallen.
In den beginne van het jaar, had de Czaar reeds eenige verklaring gegeven van zijne bij herhaling uitgevaardigde bevelen omtrent alle goederen, en hierbij gezegd, dat deze bevelen alleen betrekkelijk waren tot de juchten en den hennep, alsmede tot de koopwaren, van welke de Czaar de monopolie aan zich had gehouden, met name, de kaviaar, potasch, weedasch, borstels en rabarber.
Omtrent het koren en de andere Moscovische waren werd nu de vrijheid gelaten om dezelve of  naar Archangel, of naar Petersburg te zenden, en men verzekerde hierbij onderhandsch, dat dit laatste gedaan was om de (blz 303 ) de Hollanders tegemoet te komen, die alleen granen van Archangel uitvoerende, aldaar wel voor honderd schepen vracht zouden vinden , en nu geene vergeefsche reis zouden doen.


WOUTER DE JONG
en twee andere Nederlandsche kooplieden
te Wologda gevestigd, hadden betoogd, dat zij aan meer dan vijfentwintig duizend menschen den kost bezorgden, door bet bewerken van den hennep. Te Petersburg waren de levensmiddelen vijfmalen duurder, de grond en lucht te vochtig, geene huizen om den hennep onder dak te brengen en geene menschen om ze te bewerken en voor de verzending
Dc voornaamste producten tot den uitvoer vielen in de Noordelijke deelen des rijks en konden veel beter naar Archangel worden vervoerd dan naar Petersburg, en ook konde men op de eerste plaats rekening maken op den uitvoer, In de laatste niet, hetwelk noodzakelijk was om het broeijen of verstikken van den hennep zelven.
Eindelijk kwam hier nog.bij, dat de koopman LUPS uit Moscow was overgekomen om den Czaar zelven te spreken, en hoe hij ( blz 304 )
dezen met vrijmoedigbeid had onderrigt, dat de voorgestelde maatregelen onmogelijk waren in de uitvoering, door dat er ten minste gedurende den oorlog niet op en van Petersburg veilig zoude kunnen gevaren worden, en alzoo zonde er geene genoegzame gelegenheid tot uitvoer voor de Russiscbe waren zijn.
De Czaar stelde veel vertrouwen op de inlichtingen van dezen ervaren man, en voornamelijk lettende op de laatste beweegreden, begon hij eindelijk eenig gehoor te geven aan de algemeene klagten; het gevolg hier van was, dat, hoezeer deze bepalingen niet werden ingetrokken, er in zoo verre in dezelve eenige verandering werd gemaakt, dat van den hennep en de juchten alleen een vierde gedeelte naar Petersburg moest worden gezonden, maar dat het overige langs den ouden weg naar Archangel zoude mogen gaan.
Het voorbeeld van den Czaar, die zich bij deze bepalingen tegen het belang der Hollanders scheen te verklaren, had inmiddels nog andere nadeelige gevolgen gehad.
Te Moscow wilde men de HolIandsche kooplieden beletten om hunne waren in het klein te verkoopen.
(blz 305)
Te Archangel wilde men wederom een matroos van elk schip ligten om den Czaar in den oorlog te dienen. De kooplieden klaagden hier ten sterkste over, omdat de schrik onder het varensvolk was geslagen, vooral onder de Doopsgezinden, door wie de schippers doorgaans zeer wel gediend werden ; niemand hunner wilde zich thans voor eenen togt naar Archangel verhuren.
De Gouverneur CARBATOFF, had aldaar staande de jaarmarkt, eensklaps den uitvoer van granen verboden, en eischte voor de toelating vier ten honderd. Lups had wederstand geboden en zoude het den Czaar klagen, dan de Hollandsche schippers hadden nog voor twaalf honderd lasten scheepsruimte en maakten dus van den nood ene deugd. Zij betaalden het geld en moesten nog eene acte teekenen, waarbij zij betuigden hetzelve vrijwillig te doen.Eindelijk kwamen hier nog bij de klagten over nieuwe monopolien van tabak, zout enz. in welke MENSCHIKOFF belang had; verscheidene nieuwe handelverbindtenissen met de Venetianen en de Lubekkers, de vestiging van een Russisch handelhuis te Amstcrdam, op de. firma van DIMETRY SOLOFFIOFF, het welk (blz 306 ), volgens zeggen, met alle commissien van den Czaar zoude begunstigd worden, enz.
Alle deze bezwaren werden bij Hun Hoog Mogenden ter tafel gebragt, en let men dan hierbij, op zoo vele andere nog hangende onaangename zaken, als die van de verbrande schepen bij Helsingförs, de schade aan RUTGERS aangebragt, dc schulden van Riga en de moeijelijkheden door de Zweedsche en Deensche kapers, dan kan men ligtelijk nagaan, hoe lastig destijds de loop der Mosscovische zaken was voor de Hooge regering.

 

 

 

 

In een boek van Jacobus Scheltema (1814), een resultaat van zijn historisch onderzoek, wordt het eerste (1697) en het tweede bezoek (1717) van Tsaar Peter de Grote (1672-1725) van Rusland aan Zaandam beschreven (Tsaar Peter huisje). Vanwege het gerucht dat de vorst zich in Zaandam (1717) zou bevinden, togen twee belangrijke handelaren op Rusland naar Zaandam waar zij met de vorst hebben gesproken. Wouter de Jongh (ca.1690-1773) wordt hierbij genoemd als "een aanzienlijk koopman".

 


Ook in een notariële akte van 1752 in Utrecht duikt de naam Wouter de Jong op:

Samenvatting:
Om van Zacharias Speuring en de beheerders der boedel van NN Hessels, in leven koopman te Moskou, juwelen te ontvangen, in bewaring gegeven door broer + Isaacq Samuel van Beuningen en diens compagnon + Jacob Marchand junior

Personen:

  • Constituant (=volmachtgever): Maria Elisabeth van Beuningen
    Echtgenoot: wed. Jan Gerard Ruland
    Woonplaats: Utrecht
  • Geconstitueerde: Steffen de Jong
    Beroep: coopman tot Archangel
  • Geconstitueerde: Wouter de Jong
    Beroep: coopman tot Archangel

Bijzonderheden:
tot de juwelen is tevens gerechtigd Geertruyd de Clercq, weduwe Jacob Marchand junior

Toegangsnummer: 34-4 Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905
Inventarisnummer: U196a009

 


 

Bronnen voor verder onderzoek:

  • Reizen naar de Oostzee: Het project The Soundtoll Registers Online beoogt gegevens over circa 1,8 miljoen vaarten van handelsschepen te publiceren. Het betreft doorvaarten door de Sont, de zeestraat tussen Denemarken en Zweden, van de zestiende tot de negentiende eeuw. Opmerking: De doorvaarten van de broers Jacob en Jan Jacobs de Groot zijn door ons onderzocht en opgetekend.
  • Reizen naar de Oostzeehaven Elbing geeft een overzicht van Nederlandse schepen die voorkomen in de pondtolregisters van Elbing in de periode 1585-1700.
  • In de reeks Rijksgeschiedkundige Publicatiën  verschenen vele delen over de geschiedenis van de Nederlandse overzeese handel. Zie bijvoorbeeld de samenvattingen van duizenden Amsterdamse notariële akten met betrekking tot de Oostzeehandel (1593-1625) en circa 1400 Franse notariële akten uit La Rochelle (1423-1585) en Bordeaux (1470-1520). Opmerking: Maar deze perioden zijn voor ons onderzoek te vroeg.
    Al deze delen zijn ook beschikbaar op internet: www.historici.nl/retroboeken/oostzeehandel

Behalve Hollandse Handelshuizen waren er ook andere buitenlandse huizen van commercie. Over een aantal namen van kooplieden of andere belangrijke immigranten hebben wij meer informatie gevonden.

Zie verder >>

 

eindregel

top      
home