Maritieme geschiedenis en stamboom DE GROOT

 

 

Othmarschen, Neumühlen en Övelgönne

In het Kirchenbuch van de Christiankirche in Ottensen staat bij de dopen van onze voorvader Jacob en zijn broer Johannes als woonplaats vermeld: Övelgönne.

Elbeoever met Övelgönne
kaart met Oevelgoenne, Neumühlen, Ottensen en Altona aan de noordelijke oever van de Elbe

Kaart1863
Neumühlen, Ottensen en Altona met uiterst links Övelgönne op een kaart van 1863



Het huidige Övelgönne ziet er zo uit:

C:\Users\peterdegroot\Pictures\Altona november 2011\Hamburg2011\Hamburg2011 029.jpgNeumühlenhaven Övelgönne
RestaurantÖvelgönneÖvelgönne
ÖvelgönneÖvelgönnekapiteinshuizen

Oude loodsen- en kapiteinshuizen in resp. 2000, 1870 en 1930

Övelgönnekapiteinshuizenvroeger

 

Geschiedenis van Övelgönne

Stroomafwaarts reizend langs de Elbeoever verbaas je je erover dat je op de noordoever  in een heuvelachtig landschap terecht komt. Je verwacht dat je, als je dichter bij de Elbemonding komt, het een delta is. Zeker in Oostfriesland met haar oude veen- en moerasgebieden.  De heuvels zijn bij Övelgönne gevormd doordat een ijsmassa in de laatste IJstijd de grond heeft opgestuwd.

Övelgönne is nu niet meer dan een smalle voetgangersweg met een lengte van zo’n 1200 meter, die onderaan aan de helling langs de Elbe loopt. Er staan nu nog  talrijke oude huizen, die lange tijd bewoond werden door loodsen en kapiteins. Övelgönne ligt naast Neumühlen en is nu onderdeel van de stadswijk Othmarschen. En dat is weer een wijk in Altona.

De naam Övelgönne wordt in 1674 voor het eerst genoemd in het kerkregister ("Kirchenbuch") van de gemeente Ottensen, waartoe het tot 1731 behoort.

Voor die tijd heette het Fischerboden (waarbij Boden van Buden schijnt te komen: bron: Die Ever der Niederelbe , Hans Szymanski). Tot 1864 is het zelfstandig en vervolgens wordt het in 1938, samen met Othmarschen en Bahrenfeld, een deel van Altona. Othmarschen wordt voor het eerst vermeld in 1371, onder de naam Othmarhusen. Net als Ottensen  was het een boerendorp met een paar boerenhoven. In 1547/1548 wordt het onderdeel van de parochie Ottensen.

 


Betekenis van de naam Övelgönne

De naam Övelgönne betekent Übelgunst en over waar dat dan weer vandaan komt bestaat geen eenduidige opvatting. Eén uitleg is dat de naam komt uit afgunst van de Ottenser bevolking tegenover die van Övelgönne omdat die zo gunstig aan de Elbeoever woonden en zo als eerste de kans hadden om zich waardevolle strandvondsten toe te eigenen. De naam zou vroeger ook als Oevelgoenne geschreven zijn. En "oevel" in het Midden-Nederlands betekent:  afgunst. En euvel in "euvel duiden" betekent "kwaad/gebrek" (Engels: evil).

De naam Övelgönne komt op meer plaatsen voor in de huidige Bondsrepubliek, zij het soms met een iets andere schrijfwijze. Een andere betekenis die wordt gegeven is: onvruchtbaar stuk grond.

Zie ook het boek van H.J. Moerman met de betekenis van plaatsnamen (euvelgunne = o.a. afvalplaats):

boekPlaatsnamen

BetekenisGunne

Euvelgunne

 

Schuur   loodsinsigne
Tekening van een oude scheepsbouwloods.
Bron: Handbuch der Ostdeutschen Kleinfahrzeuge
 

Loodspenning


Bewoners

Al in de 30-er jaren van de 18e eeuw werden Övelgönne en Neumühlen bewoond door vissers en loodsen. Beide dorpen groeiden in elkaar en dat leidde er in 1745 toe dat ze een gezamenlijke loodsenbroederschap oprichtten.  De loodsenhuizen stonden het dichtst bij de “Kuil” (Kuhle), een dieper deel van de Elbe voor Altona, waar binnenkomende schepen wachtten op hoogwater om over de ondiepte, het zo genoemde “Hamburger Sand”, bij Altona, naar de haven van Hamburg te kunnen varen. Maar ook scheepsbouwers en kapiteins vestigden zich in beide dorpen.
Ook onze voorvader Berend woonde er, waarschijnlijk als schipper.

Övelgönne zou lang een vissers- en loodsendorp blijven. Later zouden de scheepskapiteins gaan wonen in Blankenese, dat westelijk van Övelgönne ligt. Door haar natuurlijke ligging moet Övelgönne haar bevolking een goede bescherming gegeven hebben tegen overstromingen. De Elbemonding is ook nu nog berucht. Met harde noordwesten wind en opkomend water is het ook nu nog levensgevaarlijk om met een klein schip de Elbe op te varen. Het heet daar niet voor niks “het scheepskerkhof van de Noordzee”.

Tot aan de oprichting van de loodsenbroederschap was het loodswezen een ongeregelde bende op de Elbe en het beroep werd uitgeoefend door lijmkokers, vissers en andere bewoners aan de Elbe, die ook zeer bedreven waren in smokkelpraktijken.

Overigens was de  Elbe toen al door de stad Hamburg betond en lagen aan haar oevers traanstokerijen en andere verwerkingsactiviteiten die behoorden bij de walvisvaart. Die activiteiten stonken zo erg dat de stad Hamburg verordonneerd had, dat deze buiten haar stadsgebied aan de Elbe moesten plaatsvinden.


Plattegrond van Othmarschen en
Övelgönne

Uit 1791, toen onze voorouders al lang naar Juist vertrokken waren, dateert nog een oude plattegrond van Övelgönne en de namen van de toenmalige bewoners. Helaas hebben we daar geen familieleden bij kunnen vinden. Overigens telde Övelgönne samen met Othmarschen nog in 1855 slechts 362 inwoners.

plattegrondplattegrond van Övelgönne

 

Oevelgoennekavels

namenlijst

Namen van de ingezetenen van Övelgönne (1791):


21 Paul Anth Sam Schojenberg
22 Derselbe
23 Johann Röper    
25 Simon Lührs               
24 Matthies Adrians
26 Claus Böttger
27 David Lührs
28 Derselbe
29 Peter Pap
30 Hinr. Otte Nagels
31 Jacob Schwenn
32 Lühr Lührs
33 Derselbe
34 Diederich Wolf
35 Johann Wolf
36 Bernd Hinrichsen
37 Christopher Behr
38 Hinrich Hauschilds
39 Hans Hauschilds wittwe
40 Jochim Meijer
41 Bardolt Sievers
42 Reimert Hinrichsen
43 Hans Röper
44 Derselbe
45 Hinrich Röpers wittwe
46 Johannes Peter Jorian
47 Hans Röper
48 Carsten Meijer
49 Der “onsulsaltere?” Johannes Hinr. Sähleker

Over een aantal families in deze lijst zijn meer gegevens gevonden, zie verder >>



De bovenstaande kaart hebben we in het archief van Altona gekocht (2011). Nu (2016) zijn er op internet behalve deze kaart, meer historische kaarten van Ottensen, Altona en Hamburg te vinden.


Meer kaarten >>


Scheepsvaart

Rond 1750 (volgens de gegevens tijdens hun latere verblijf op het waddeneiland Juist) bezaten de zonen van onze oudst bekende voorvader Berend Jacobsen elk een schip (of deel daarvan). Maar over Berend zelf weten we nog niets. We vermoeden alleen dat hij ook schipper was. Om dat te kunnen achterhalen moeten we eerst te weten zien komen welke scheepstypen er in zijn tijd op de Elbe voeren en of die in de havens ook geregistreerd werden. Dus op naar de vroegere scheepsvaart op de Elbe.

Scheepsvaart op de Elbe, zie verder >>>



eindregel

top  
back
 
home

 

^